Geschreven door Tekstbureau Roemers

Een Brabantse aprilCursus Brabants voor bovensloters

 
Na de opening van de binnentuin van de Fendertshof raakte ik in gesprek met een van de bewoonsters, een geboren en getogen Brabantse. We kwamen aan de praat over hoe het was om te wonen in het woonzorgcentrum van Fijnaart. ‘Het is hier een komen en gaan van
mensen’, vertelde ze, ‘dat is wel eens wennen, vooral als ze uit Rotterdam of Amsterdam komen, en ons niet kunnen verstaan.’ Tja, daar kon ik inkomen, vooral in dat komen en gaan. Het lijkt me niet prettig als je steeds moet wennen aan nieuwe gezichten waarvan je ook zeker weet dat ze mettertijd gaan.
 
Ik ben in mijn leven al heel wat keren verhuisd en daardoor blijf je altijd en eeuwig een buitenstaander. Toen ik opgroeide in een klein dorpje in de Flevopolder was ik al import omdat ik zo dom was geweest mijn eerste levensjaar in Groningen door te brengen. Was ik het dorp ontvlucht om te studeren in de grote stad Amsterdam, bleek ik een provinciaaltje te zijn. Vervolgens trok ik naar België alwaar madam een Hollènjer werd. Later, in Chili, was de buitenlandse ineens een gringa. En nu, in Fijnaart ben ik een bovensloter!
 
‘Ik spreek ook geen Brabants, maar ik versta u wel goed’, zei ik stom als ik was, want ik werd meteen getest op mijn zogenaamde talenkennis. ‘Weet je dan wel wat april betekent?’ vroeg mijn dorpsgenoot. Ik stotterde zoiets als dat ik niet beter wist of het was de maand waarin ik geboren was. Waarop mijn Brabantse lerares me triomfantelijk toevertrouwde dat het de oprit naar een boerderij was. Weer wat geleerd!